15 juni 2015

Dyslexie EED

Vermoedens van dyslexie
Het onderwijs heeft als taak goed lees- en spellingonderwijs te geven. Daarbij hoort dat lees- en spellingproblemen zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd en dat er bij een achterstand intensieve begeleiding wordt geboden. Voor een beperkte groep zijn goed onderwijs en intensivering van begeleiding ontoereikend en is behandeling door een zorgverlener wenselijk. Leerlingen kunnen pas worden doorverwezen naar de zorg als er sprake is van een ernstige achterstand die blijft bestaan, ook na herhaalde interventies. Een leerling komt in aanmerking voor de landelijke richtlijn dyslexiezorg als het vermoeden van dyslexie voldoende kan worden onderbouwd. Daarvoor moet school kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstige en hardnekkige achterstand bij lezen en/of spelling.

Wanneer is een lees- en/of spellingprobleem ernstig en hardnekkig?
Een leesprobleem is ernstig als het voldoet aan het achterstandscriterium. De achterstand is dusdanig dat een leerling voor de vergoede zorg kan worden aangemeld wanneer de scores op de drie hoofdmeetmomenten zijn:

  • Lezen: 3x een V- (min)-scores of E score (zwakste 10%)

OF

  • Lezen: 3x een V score of lage D- score (zwakste 20%) en Spelling: 3x een V-(min)-score of E-score (zwakste 10%).

De hoofdmeetmomenten die worden gebruikt voor de zijn de schooltoetsen (LVS) die in januari en juni worden afgenomen elk schooljaar: gekenmerkt door M5 (midden groep 5), E6 (eind groep 6).

De tussenmetingen gebruikt de school om handelingsplannen te evalueren, begeleidingsbehoeften te bepalen en waar nodig bij te stellen.

Met de term hardnekkigheid wordt bedoeld: de achterstand in het vaardigheidsniveau van het lezen en/ of spellen waarop het kind lager scoort dan verwacht mag worden op basis van leeftijd en het onderwijs wat een kind heeft gehad. Ondanks extra oefening en gericht hulp gaat een kind weinig vooruit. Binnen de basisondersteuning passend onderwijs wordt een onderscheid gemaakt in drie ondersteuningsniveaus. Om hardnekkigheid van lees- en/ of spellingproblemen aan te tonen, dient, naast goed onderwijs op niveau 1, hulp op ondersteuningsniveau 2 én 3 te worden geboden.

Vergoede dyslexiezorg
Een leerling komt in aanmerking voor de landelijke richtlijn dyslexiezorg als het vermoeden van dyslexie voldoende kan worden onderbouwd. Een school moet dus kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstige en hardnekkige achterstand in lezen en/of spellen. Daarnaast mag er geen sprake zijn van comorbiditeit. Dit betekent dat, naast dyslexie, geen sprake is  van een of meer belemmerende (leer)stoornissen. Wanneer er vermoedens zijn van EED kan er een vergoed onderzoek komen. Kinderen van zeven tot en met twaalf jaar waarbij de dyslexiezorg aanvangt voor de 13e verjaardag van het kind én die op het primair onderwijs zitten (basisonderwijs) kunnen in aanmerking komen voor een vergoed onderzoek.

Wanneer er sprake is van een vermoeden van EED, dan zal dit door school met ouders worden besproken. Ouders en school kunnen dan overgaan tot het indienen van een verzoek tot nader onderzoek. Voordat het onderzoek kan worden gedaan komt het dossier bij de poortwachter van onze praktijk. Deze orthopedagoog/psycholoog met kennis van dyslexie, screent het dossier. De poortwachter* geeft advies over de toegang tot de vergoede zorg. Een poortwachter heeft een aantal documenten nodig om te kunnen kijken of de achterstand en hardnekkigheid aangetoond is. Daarnaast wordt de school gevraagd om gegevens uit het leerlingvolgsysteem (lvs) en een geanonimiseerd groepsoverzicht van uw kind aan te leveren. De poortwachter heeft ook handelingsplannen nodig, waarin aangegeven wordt dat uw kind tenminste twee keer 10 tot 12 weken extra hulp gekregen heeft op zorgniveau 2 èn 3 van een leerkracht of remedial teacher. In deze individuele handelingsplannen moet een voor- en nameting verwerkt zitten.
Wanneer de poortwachter het dossier positief heeft beoordeeld, komt in kind in aanmerking voor vergoed onderzoek.

*nb: omdat er binnen de huidige financieringsvorm nog geen onafhankelijke poortwachter binnen onze regio’s ingezet wordt, maar wij wel van mening zijn dat een zo onafhankelijk mogelijke screener het beste ingezet kan worden hebben wij onze werkwijze hierin aangepast.
Het dossier dat wordt aangemeld wordt altijd gescreend door een orthopedagoog/psycholoog die niet werkzaam is (en dus veelal onbekend is) met de school dan wel regio waarin het kind woont.

‘Dyslexie is een aangeboren leerstoornis waarbij sprake is van lees- en/of spellingproblemen. Het wordt gekenmerkt door problemen met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van lezen en/of spelling op woordniveau. Bij kinderen met dyslexie verloopt de taalverwerking dus anders en blijven de resultaten voor lezen en/of spellen duidelijk achter ten opzichte van de andere schoolvakken, in vergelijking met leeftijdsgenoten en wat gezien de intelligentie van het kind verwacht mag worden.’

(Stichting Dyslexie Nederland & Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling 2.0 – 2013)